Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer 200.191.146/01van
verzoekster in hoger beroep,
zaaknummer 200.193.721/01van
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 29 september 2016 uitspraak gedaan over het hoger beroep van een moeder tegen machtigingen tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen. De moeder betwistte de verlenging en verlening van deze machtigingen, maar trok enkele grieven in tijdens de zitting.
De feiten tonen aan dat er ernstige zorgen waren over de veiligheid en ontwikkeling van beide minderjarigen. De oudste minderjarige vertoonde gedragsproblemen, waaronder automutilatie en gezagsproblemen, en de moeder gebruikte fysiek geweld en oefende grote druk uit. De jongste minderjarige had eveneens te maken met een onveilige thuissituatie en conflicten met de moeder, onder meer vanwege haar vriend.
Ondanks dat de jongste minderjarige tijdelijk weer bij de moeder verbleef, was er geen stabiele situatie of veiligheidsplan, waardoor het hof oordeelde dat de machtiging tot uithuisplaatsing niet beëindigd kon worden. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikkingen en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtigingen tot uithuisplaatsing van beide minderjarigen en wijst het meer of anders verzochte af.