Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) die de omgang tussen de vader en zijn minderjarige kind heeft beperkt. De minderjarige is sinds mei 2014 uit huis geplaatst en verblijft in een pleeggezin. De vader verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen en een omgangsregeling vast te stellen.
De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigt deze beslissing. De GI heeft de aanwijzing gegeven op grond van een rapportage van een orthopedagoog die ernstige traumatisering en gedragsproblemen bij de minderjarige constateerde. De minderjarige heeft meerdere keren uitdrukkelijk verklaard geen contact met de vader te willen, mede vanwege angst en een belaste voorgeschiedenis met huiselijk geweld.
Het hof oordeelt dat de GI zorgvuldig en proportioneel heeft gehandeld en dat het belang van de minderjarige prevaleert boven het recht op omgang. De beperking van het contact is noodzakelijk voor haar bescherming en herstel. Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en wijst het verzoek van de vader af, waardoor het contact met de minderjarige verboden blijft.