ECLI:NL:GHARL:2016:8224
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ambtshalve ontslag bewindvoerders wegens onvolledige verantwoording en vermeende belangenverstrengeling
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de kantonrechter die verzoekers ambtshalve ontsloeg als bewindvoerders van de rechthebbende. De kantonrechter oordeelde dat verzoekers nalatig waren in het volledig invullen van de rekening en verantwoording over 2014, met name het gedeelte over inkomsten en uitgaven, en dat er sprake kon zijn van belangenverstrengeling vanwege de relatie tussen de organisatie die de financiële belangen beheert en een zorgverlener van de rechthebbende.
Verzoekers betwistten dit en stelden dat zij de bankafschriften hadden aangeleverd en bereid waren het ontbrekende formulier alsnog in te vullen. Ook ontkenden zij belangenverstrengeling, omdat de uitbestede werkzaamheden aan een andere organisatie werden gedaan die niet gelieerd is aan de zorgverlener. Tijdens de zitting bleek dat verzoekers al 29 jaar als bewindvoerders fungeerden tot tevredenheid van de familie en dat zij niet op de hoogte waren van de aangescherpte wettelijke eisen per 2014.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte belangenverstrengeling aannam en dat er geen gewichtige redenen waren voor ambtshalve ontslag. De rekening en verantwoording over 2014 werden alsnog goedgekeurd. Het hof vernietigde de beschikking voor het verleden, maar bekrachtigde het ontslag voor de periode na de beschikking, aangezien de opvolgend bewindvoerders feitelijk waren benoemd. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het ambtshalve ontslag voor het verleden, bekrachtigt het ontslag voor de periode na de beschikking en keurt de rekening over 2014 goed.