Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellante 1],
2. [appellante 2],
3. [appellant ],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beoordeling van de grieven en de vordering
5.13 [appellant] refereert verder aan een gesprek op 6 december 2011. Op die datum heeft een bespreking tussen partijen plaatsgevonden in aanwezigheid van de notaris en de financieel adviseur van [appellant]. Daarbij zijn de plannen van Hunting Lodge besproken. De notaris schreef over het gesprek in zijn e-mailbericht van 21 februari 2012 (prod. 20 bij conclusie van antwoord):
‘al het nodige en mogelijke te doen teneinde een beroep op een van de in deze overeenkomst geformuleerde ontbindende voorwaarden te voorkomen.’[appellant] maakt in de eerste plaats bezwaar tegen de overweging van de rechtbank dat hij niet toelicht wat Hunting Lodge dan wel had moeten doen om de vereiste goedkeuring te verkrijgen. [appellant] voert aan dat de stelplicht en de bewijslast ter zake van de vervulling van de ontbindende voorwaarde rust op Hunting Lodge, die zich immers beroept op de rechtsgevolgen van de door haar ingeroepen voorwaarde.