In deze zaak staat het ouderlijk gezag over drie kinderen centraal, dat door de rechtbank is beëindigd en waarbij de gecertificeerde instelling tot voogd is benoemd. De moeder is tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan en verzoekt vernietiging van het vonnis en afwijzing van het verzoek tot gezagsbeëindiging.
De moeder stelt dat zij inmiddels voldoende stabiel is en voldoet aan de vereisten voor terugplaatsing van de kinderen, waaronder behandeling van haar verslavingsproblematiek en het hebben van een stabiele woon- en leefsituatie. De raad voor de kinderbescherming benadrukt echter de ernstige kindproblematiek en twijfelt aan het inzicht van de moeder in de hulpvraag van de kinderen.
Het hof overweegt dat de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tijdelijk zijn en gericht op terugkeer, maar dat bij gebrek aan perspectief op terugkeer het gezag kan worden beëindigd. Gezien de positieve ontwikkelingen bij de moeder acht het hof nader onderzoek noodzakelijk naar haar opvoedingsvaardigheden en de terugplaatsingsmogelijkheden, mede gezien het belang van continuïteit en duidelijkheid voor de kinderen.
Het hof gelast daarom een deskundigenonderzoek door het Ambulatorium en houdt de zaak aan tot ontvangst van het rapport, waarbij ook de mogelijkheden voor terugplaatsing van alle drie de kinderen worden betrokken. De behandeling wordt voortgezet na ontvangst van het rapport.