ECLI:NL:GHARL:2016:9381

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 november 2016
Publicatiedatum
23 november 2016
Zaaknummer
21-005078-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid

Op 2 november 2016 diende een wrakingsverzoek tegen de raadsheren R. de Groot en P.L.M. van Gorkom, wegens vermeende vooringenomenheid en onpartijdigheid tijdens de zitting. De raadsman van de verzoeker stelde dat de wijze van vragen stellen en de bejegening van verdachte en raadsman duidden op een vooraf genomen oordeel door het hof.

De wrakingskamer heeft het verzoek tijdig en ontvankelijk verklaard en het verzoek inhoudelijk beoordeeld. Uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden weerleggen. De kamer constateerde dat de voorzitter en een raadsheer indringende en confronterende vragen stelden, maar dat dit niet leidde tot een overschrijding van de grenzen van onpartijdigheid.

Er was geen geluidsopname van de zitting beschikbaar; de wrakingskamer baseerde zich op het proces-verbaal en de toelichting van de advocaat-generaal. De kamer oordeelde dat de handelwijze van de rechters niet zodanig was dat er geen andere verklaring mogelijk is dan vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de rechters bleven onbevooroordeeld.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.

Uitspraak

Wrakingskamer

Parketnummer: 21-005078-12
Wrakingsnummer: W 200.202.887
Uitspraakdatum: 11 november 2016
Beslissinggewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, gedaan namens

[verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1972] ,
wonende te [woonplaats] .
De procedure
Ter terechtzitting van 2 november 2016 is namens verzoeker door mr. S. Fasseur, raadsman van verzoeker, om wraking verzocht van het hof waarin zitting hadden de raadsheren mrs. R. de Groot, J.M.J. Denie en P.L.M. van Gorkom. Deze raadsheren hebben niet in de wraking berust en hebben te kennen gegeven niet te willen worden gehoord.
De wrakingskamer heeft ter zitting van 7 november 2016 raadsman van verzoeker, mr. D. Fasseur gehoord. De raadsman heeft desgevraagd laten weten dat het wrakingsverzoek niet is gericht tegen mr. J.M. J. Denie, nu deze het woord niet heeft gevoerd
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
De gronden van het verzoek tot wraking
De gronden van het verzoek tot wraking behelzen, kort gezegd, de wijze van vragen stellen door de voorzitter (mr. De Groot) en mr. Van Gorkom en de bejegening door de voorzitter van zowel de verdachte als diens raadsman.
De raadsman stelt dat uit deze houding van het hof blijkt dat zijn cliënten al veroordeeld zijn voordat zij hun zaak kunnen bepleiten. Het werk van het Openbaar Ministerie en de politie wordt bij voorbaat voor waar en juist aangenomen, hetgeen volgens de raadsman duidt op vooringenomenheid, die kan worden omschreven als niet onpartijdig.
De raadsman heeft verzocht om, indien er een geluidsopname van de terechtzitting van 2 november 2016 is, daarvan een weergave te geven, omdat het proces-verbaal van die zitting volgens de raadsman geen juiste weergave is van wat er is gezegd.
Ontvankelijkheid
Uit artikel 513, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering volgt dat het wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan verzoeker bekend zijn geworden. Zoals hiervoor weergegeven is dit verzoek gedaan ter terechtzitting van 2 november 2016.
De wrakingskamer acht het verzoek tijdig gedaan en ook overigens ontvankelijk.
De beoordeling van het verzoek tot wraking
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Het hof zal aan het verzoek van de raadsman strekkende tot beluisteren en/dan wel uitwerking van de geluidsopname van de zitting van 2 november 2016 voorbijgaan, reeds omdat navraag bij de zittingsgriffier leerde dat er geen geluidsopname is gemaakt van hetgeen is besproken en voorgevallen op de bedoelde zitting. De wrakingskamer gaat uit van het opgemaakte proces-verbaal van de zitting, dat, overeenkomstig de wet, slechts een zakelijke weergave bevat van hetgeen er is besproken.
De wrakingskamer stelt – mede gelet op hetgeen de advocaat-generaal naar voren heeft gebracht – vast dat er op 2 november 2016 sprake was van een indringende, confronterende wijze van vraagstelling door de voorzitter en de jongste raadsheer en dat door hen conclusies zijn voorgehouden om aan verdachten een reactie te ontlokken. Daarbij is, nu het het verhoor van de verdachten betrof, de advocaat niet of nauwelijks in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.
Naar het oordeel van de wrakingskamer is met deze handelwijze echter nog geen grens overschreden. Het gaat niet om zodanig handelen dat daardoor redelijkerwijs geen andere verklaring is te geven dan dat dit door vooringenomenheid van de rechters is ingegeven, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Het wrakingsverzoek moet daarom worden afgewezen.
BESLISSING
Het hof (wrakingskamer):
Wijst af het verzoek tot wraking van mr. R. de Groot en mr. P.L.M. van Gorkom.Aldus gewezen door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen en M.E. van Wees, raadsheren,
J.R.M. Roetgerink, griffier.
en op 11 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.