Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de vader, waarbij de moeder in hoger beroep gaat tegen de beschikking van 28 juni 2016. De moeder betwist de noodzaak van uithuisplaatsing bij de vader en verzoekt om benoeming van een deskundige voor nader onderzoek naar haar en de stiefvader.
De gecertificeerde instelling en de vader voeren verweer en verzoeken de beschikking te bekrachtigen. Het hof overweegt dat de bestreden beschikking de eerdere machtiging van 23 maart 2016 geheel vervangt en daarom opnieuw beoordeeld moet worden of de gronden voor uithuisplaatsing aanwezig zijn.
Het hof wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige af omdat nieuw onderzoek onrust voor het kind zou veroorzaken. Gelet op de problematiek van het kind en de opvoedsituatie bij de moeder en stiefvader, is de uithuisplaatsing noodzakelijk. De plaatsing bij de vader biedt het kind stabiliteit, rust en een positieve ontwikkeling.
De zorgen van de moeder over de vader worden niet gedeeld door het hof, dat oordeelt dat de machtiging terecht is verleend. Het hof bekrachtigt de beschikking van 28 juni 2016 en wijst het overige verzoek af.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van het kind bij de vader wordt bekrachtigd en het verzoek tot benoeming van een deskundige wordt afgewezen.