Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het geschil over het gezag, de omgangsregeling en de kinderalimentatie van een minderjarige centraal. De vader was in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland die hem geen gezamenlijk gezag toekende, geen omgangsregeling vaststelde en de kinderalimentatie op 300 euro per maand bepaalde.
Het hof oordeelde dat er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem raakt tussen de ouders bij gezamenlijk gezag, mede vanwege de langdurige non-communicatie en strijd tussen de ouders. Daarom werd het verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen. De omgangsregeling werd niet vastgelegd omdat het kind zelf bepaalt wanneer hij naar de vader gaat en het hof dit in het belang van het kind achtte.
De kinderalimentatie werd herberekend op basis van de draagkracht van de vader, rekening houdend met zijn inkomen, onderhoudsplichten voor andere kinderen en een problematische schuldenlast. De bijdrage werd verlaagd naar 114 euro per maand, met ingang van 31 juli 2015. De overige grieven werden afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis over gezag en omgang.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het alleengezag van de moeder, wijst een vaste omgangsregeling af en stelt de kinderalimentatie vast op 114 euro per maand met ingang van 31 juli 2015.