Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Beoordeling
€ 992,- (= 4 x € 496,- x 0,5).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene stelde tijdig beroep in tegen een inleidende beschikking van 8 september 2014, maar stuurde dit naar de Belastingdienst in plaats van naar het bevoegde bestuursorgaan (CVOM). De Belastingdienst heeft het beroepschrift niet doorgezonden, waardoor de sanctie onterecht als onherroepelijk werd beschouwd en het dwangbevel op 26 februari 2015 werd uitgevaardigd.
Het hof oordeelt dat de brief van betrokkene van 14 oktober 2014 als tijdig beroepschrift moet worden aangemerkt, omdat deze binnen de beroepstermijn is ontvangen. De niet-doorgezonden beroepschrift leidt ertoe dat de sanctie niet onherroepelijk is en de verhogingen onterecht zijn toegepast.
Daarnaast is vastgesteld dat betrokkene niet in staat was om zekerheid te stellen voor het griffierecht vanwege een betalingsregeling met een incassobureau, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is verklaard.
Het hof vernietigt de beschikking van de kantonrechter, verklaart het verzet gegrond, bepaalt restitutie van het betaalde dwangbevel en griffierecht, en beveelt doorzending van het beroepschrift naar het bevoegde orgaan. Tevens veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van € 992,-.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk en gegrond verklaard, het dwangbevel is vernietigd en het betaalde bedrag en griffierecht worden gerestitueerd.