Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de kinderalimentatie voor het kind [kind 1], geboren in 2014, tussen de ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen. De rechtbank had de bijdrage van de man vastgesteld op €225 per maand met ingang van 10 augustus 2015. De man kwam tegen deze beschikking in hoger beroep met meerdere grieven, waaronder de ingangsdatum en de hoogte van de alimentatie.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de alimentatie niet eerder kan zijn dan 19 oktober 2015, de datum van indiening van het inleidende verzoek. De behoefte van het kind werd vastgesteld op basis van het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan van de ouders in mei 2015. De draagkracht van de man werd berekend op €285 per maand, rekening houdend met een niet vermijdbare schuld en het feit dat hij gemiddeld 40 uur per week werkte.
De draagkracht van de man werd gelijkelijk verdeeld over zijn twee kinderen, waardoor hij €142,50 per maand aan [kind 1] dient te betalen. De vrouw werd veroordeeld tot terugbetaling van eventueel teveel betaalde alimentatie. Verzoeken tot schorsing van de uitvoerbaarheid en voorlopige voorzieningen werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de relatie tussen partijen en het onderwerp van het geschil.
Uitkomst: De man moet vanaf 19 oktober 2015 €142,50 per maand aan kinderalimentatie betalen en de vrouw moet teveel betaalde bedragen terugbetalen.