Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de man,
advocaat: mr. M. Erik te Dordrecht,
verder te noemen:
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek van de man om het recht op omgang met zijn minderjarige kind te herstellen, nadat dit recht eerder was ontzegd door de rechtbank. De minderjarige was getuige van een ernstige geweldsincident waarbij haar moeder en stiefvader werden neergestoken door de man, wat leidde tot het overlijden van de stiefvader. Deze gebeurtenis heeft een diep traumatische impact op het kind.
Het hof heeft een bijzondere curator benoemd die meerdere gesprekken met de minderjarige heeft gevoerd om haar visie en wensen te achterhalen. Uit deze gesprekken blijkt dat de minderjarige nog steeds angstig is en geen contact wenst met haar vader, mede vanwege de traumatische herinneringen en de onveiligheidsgevoelens die het contactverzoek oproept.
De man heeft verzocht om aanvullend onderzoek en een nieuwe zitting, maar het hof acht dit niet nodig en benadrukt het belang van rust en stabiliteit voor het kind. Het hof concludeert dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat de ontzegging van het omgangsrecht gehandhaafd moet blijven. De man kan na een jaar een nieuw verzoek indienen, waarbij hij de wensen van het kind dient te respecteren.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en het verzoek tot omgang wordt afgewezen.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt afgewezen en de ontzegging van het recht op omgang blijft gehandhaafd.