ECLI:NL:GHARL:2016:9802
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte schuldwitwassen na terugwijzing Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor schuldwitwassen, waarbij hij werd verdacht van het verbergen en verhullen van geldbedragen die afkomstig zouden zijn uit misdrijf. De rechtbank Arnhem veroordeelde hem aanvankelijk tot een gevangenisstraf. In hoger beroep sprak het hof verdachte vrij van het eerste feit en veroordeelde hem voor het tweede tot een taakstraf. De Hoge Raad vernietigde vervolgens het arrest van het hof voor het tweede feit en verwees de zaak terug.
Bij het nieuwe onderzoek door het gerechtshof heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen, waarbij het de vordering van de advocaat-generaal tot oplegging van een taakstraf overwoog. De verdediging bracht argumenten aan ter ontkrachting van de schuld. Het hof concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld dat hij met zijn vriendin naar Amerika meenam, afkomstig was uit enig misdrijf.
Daarmee sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde schuldwitwassen. Deze uitspraak volgde na een uitgebreide procedure met meerdere instanties, waarbij de Hoge Raad een cruciale rol speelde in de toetsing van de bewijsvoering en de rechtsvragen omtrent de onderzoeksplicht en aanmerkelijke onvoorzichtigheid.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van schuldwitwassen wegens onvoldoende bewijs.