ECLI:NL:GHARL:2017:10209
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid loonvordering wegens ontbreken 7:629a-verklaring na ontslag met UWV-toestemming
De werkneemster trad in 2001 in dienst bij Sallcon B.V. en meldde zich in 2009 ziek. Na een deskundigenoordeel dat zij haar werkzaamheden deels kon hervatten, weigerde zij dit te doen, waarop Sallcon looninhoudingen toepaste. Na een procedure met toestemming van het UWV werd haar arbeidsovereenkomst in 2011 beëindigd wegens verwijtbaar niet meewerken aan re-integratie.
De werkneemster vorderde achterstallig loon, vakantiegeld, vakantie-uren en eindejaarsuitkering, maar werd door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen verklaring als bedoeld in artikel 7:629a lid 1 BW had overgelegd. De toekenning van een WGA-uitkering door het UWV bood geen substituut voor deze verklaring.
In hoger beroep voerde de werkneemster aan dat de WGA-uitkering haar arbeidsongeschiktheid in de relevante periode bevestigde en dat zij geen tweede deskundigenoordeel meer kon aanvragen. Het hof verwierp dit verweer, oordelend dat de WGA-uitkering geen uitsluitsel geeft over re-integratiemogelijkheden voorafgaand aan de uitkeringsdatum en dat er geen medische onderbouwing was voor haar stelling.
Daarnaast stelde zij dat naast looninhouding ook vakantiedagen waren afgeboekt, wat het hof niet aannam wegens gebrek aan onderbouwing en omdat openstaande vakantiedagen bij einde arbeidsovereenkomst waren uitbetaald. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart de werkneemster niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een 7:629a-verklaring.