ECLI:NL:GHARL:2017:10637
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter en ongegrondverklaring beroep tegen officier van justitie wegens niet tijdig overleggen machtiging
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam. De kantonrechter had het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.
Het hof stelde vast dat het proces-verbaal van de kantonrechter niet was ondertekend, waardoor de beslissing vernietigd moest worden. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat de gemachtigde niet tijdig een schriftelijke machtiging had overgelegd.
De gemachtigde had de machtiging pas na de gestelde termijn overgelegd, waardoor het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof oordeelde dat het verzuim reeds bestond op het moment dat de machtiging ontbrak en dat de officier van justitie correct had gehandeld volgens artikel 6:6 Awb Pro.
Het hof verklaarde daarom het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond en vernietigde de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep tegen de officier van justitie ongegrond wegens niet tijdig overleggen van de machtiging.