Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking inzake kinderalimentatie voor hun minderjarige kind. De man betwistte de hoogte van de alimentatie en stelde dat zijn draagkracht lager was, terwijl de vrouw de behoefte van het kind had vastgesteld en onderbouwd. Het hof stelde vast dat sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden en dat de behoefte van het kind €552 per maand bedroeg.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op €414 per maand en die van de vrouw op €423 per maand, tezamen voldoende om in de behoefte te voorzien. Na toepassing van een zorgkorting van 15% werd de bijdrage van de man berekend op circa €190 per maand. De omgangsontzegging tussen man en kind leidde niet tot verlaging van de alimentatie.
De man voerde aan dat hij schulden had en daardoor niet aan zijn verplichtingen kon voldoen, maar dit beroep op de aanvaardbaarheidstoets werd onvoldoende onderbouwd. De man had bovendien geen recht op verrekening van in het verleden te veel betaalde alimentatie. Het hof verwierp de grieven van de man en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De beschikking van 27 september 2016 wordt bekrachtigd en de kinderalimentatie vastgesteld op €186,84 per maand.