Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep met zaaknummer 200.209.605/01,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden sinds 2012 en hebben drie kinderen, waarvan twee minderjarigen sinds 2015 in een pleeggezin wonen met voogdij bij Jeugdbescherming Overijssel. De man is hertrouwd en draagt mede zorg voor stiefkinderen. De rechtbank had in 2016 de kinderalimentatie en partneralimentatie vastgesteld, maar de man en vrouw gingen in hoger beroep met verschillende grieven over behoefte, draagkracht en matiging.
Het hof oordeelt dat de vrouw vanaf 30 maart 2015 geen kosten meer maakte voor de twee minderjarige kinderen in pleegzorg, zodat de kinderalimentatie per die datum op nihil wordt gesteld. De partneralimentatie wordt niet gewijzigd en blijft gebaseerd op de beschikking van 11 november 2016 met ingang van 1 januari 2016. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat haar behoefte hoger is dan bijstandsniveau.
De draagkracht van de man wordt beoordeeld met inachtneming van zijn huwelijk en woonlasten, waarbij geen bijdrage van zijn nieuwe partner wordt verwacht vanwege haar geringe inkomen. De onderhoudsverplichting wordt niet verder gematigd of beperkt in tijd vanwege grievend gedrag, omdat daarvoor onvoldoende nieuwe omstandigheden zijn aangevoerd.
Het hof vernietigt de beschikking over kinderalimentatie en wijzigt deze naar nihil per 30 maart 2015, bekrachtigt de partneralimentatiebeschikking en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt per 30 maart 2015 op nihil gesteld en de partneralimentatiebeschikking wordt bekrachtigd.