ECLI:NL:GHARL:2017:11110

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2017
Publicatiedatum
18 december 2017
Zaaknummer
WAHV 200.186.159
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij overschrijding maximumsnelheid ondanks doorverhuur

In deze zaak is aan [betrokkene] B.V., als kentekenhouder, een administratieve sanctie opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid op 2 augustus 2014 met een voertuig dat op naam van de betrokkene stond geregistreerd.

De betrokkene stelde dat het voertuig was verhuurd aan een gemachtigde die het voertuig vervolgens doorverhuurde aan een derde partij. De betrokkene voerde aan dat op grond van artikel 8 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) de sanctie aan de huurder had moeten worden opgelegd. Een huurovereenkomst tussen de gemachtigde en de derde huurder werd overgelegd.

Het hof oordeelde dat voor toepassing van artikel 8 Wahv Pro de huurovereenkomst moet zijn gesloten met de kentekenhouder zelf. Omdat de overgelegde huurovereenkomst niet door de kentekenhouder was gesloten, kon deze niet als bewijs dienen om de sanctie aan een ander dan de kentekenhouder op te leggen.

De overige bezwaren van de gemachtigde betroffen niet de betrokkene en konden de sanctie niet beïnvloeden. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

WAHV 200.186.159
18 december 2017
CJIB 183404015
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 13 januari 2016
betreffende
[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] , h.o.d.n. [C] , gevestigd te [D] ;
voor wie als ondergemachtigde optreedt [E]
kantoorhoudende te [D]

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De ondergemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De ondergemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene, [betrokkene] B.V., is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 103,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 augustus 2014 om 20.22 uur op de A2 te Baambrugge met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De ondergemachtigde voert aan dat het beroep op artikel 8 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) ten onrechte is verworpen. De gemachtigde, [B] , heeft de auto namelijk van de betrokkene gehuurd en heeft deze auto via zijn bedrijf [C] aan [F] doorverhuurd. Gelet hierop had de inleidende beschikking vernietigd moeten worden en de sanctie aan de huurder, [F] , opgelegd moeten worden. De ondergemachtigde heeft een huurovereenkomst tussen [C] en [F] overgelegd.
3. Artikel 5 van Pro de Wahv bepaalt - voor zover hier van belang - dat indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken was ingeschreven in het kentekenregister ten tijde van de gedraging.
4. Artikel 8, aanhef en onder b, Wahv luidt als volgt: "De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:
b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was."
6. Op grond van artikel 5 van Pro de Wahv is de inleidende beschikking opgelegd aan de betrokkene - [betrokkene] B.V. - in de hoedanigheid van kentekenhouder. Door de ondergemachtigde is een huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig met voornoemd kenteken door de gemachtigde is verhuurd aan [F] . Ter beoordeling staat of voornoemde huurovereenkomst is aan te merken als een huurovereenkomst in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.
5. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts dan niet op grond van artikel 5 van Pro de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging het motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van Pro de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.
6. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is.
7. Dat is niet gebeurd. De overgelegde huurovereenkomst kan, nu de gemachtigde niet de kentekenhouder is, niet worden aangemerkt als een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv. De kantonrechter heeft het beroep op voornoemd artikel dus terecht verworpen.
8. De overige bezwaren die namens de gemachtigde zijn aangevoerd, regarderen niet de betrokkene en de aan de betrokkene opgelegde sanctie, maar betreffen de gemachtigde. De sanctie is echter niet opgelegd aan de gemachtigde. Gelet hierop kunnen de aangevoerde bezwaren niet tot de conclusie leiden dat de inleidende beschikking ten onrechte aan de betrokkene, [betrokkene] B.V., is opgelegd.
9. Nu de verweren geen doel treffen, zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd.
10. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.