Uitspraak
kantoorhoudende te [kantoorplaats].
De beslissing van de kantonrechter
Beoordeling
Van schending van dit beginsel is dan ook geen sprake.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter die een administratieve sanctie had vernietigd. De kantonrechter had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de sanctie ingetrokken, maar het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De gemachtigde van betrokkene stelde dat het appelverbod doorbroken moest worden vanwege schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor. Volgens hem had de kantonrechter moeten vragen naar de aard van de rechtsbijstand, omdat er sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand. Ook vond hij het onrechtvaardig dat de proceskosten voor rekening van betrokkene blijven.
Het hof oordeelde echter dat het appelverbod van artikel 14 WAHV Pro in beginsel geldt omdat de sanctie was vernietigd. Doorbreking van het appelverbod is slechts toegestaan bij schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging. Het hof stelde vast dat betrokkene op de zitting is gehoord en het woord heeft gevoerd, zodat aan hoor en wederhoor was voldaan. De kantonrechter hoefde niet actief verduidelijkende vragen te stellen.
De stelling dat de kantonrechter onjuist had beslist over de proceskostenvergoeding rechtvaardigt geen doorbreking van het appelverbod. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen. Tevens oordeelde het hof dat de gemachtigde niet als beroepsmatig rechtsbijstandsverlener kan worden aangemerkt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding wordt afgewezen.