In hoger beroep tegen een veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf en TBS wegens brandstichting, heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en verdachte vrijgesproken. De tenlastelegging betrof het medeplegen van brandstichting met molotovcocktails en andere brandbare voorwerpen bij een woning in Amersfoort.
Het hof oordeelde dat verdachte weliswaar betrokken was bij een gezamenlijk plan en pogingen had gedaan om brand te stichten, maar dat zij niet daadwerkelijk vuur heeft kunnen maken. De flessen die zij meenam bleken geen ontbrandbare vloeistof te bevatten en konden niet als molotovcocktails worden aangemerkt. Verdachte heeft bovendien vrijwillig afstand genomen van het plan en geen verdere handelingen verricht.
De bewijsvoering was onvoldoende om te concluderen dat verdachte het misdrijf heeft gepleegd of medepleegde. Ook een poging tot brandstichting werd niet bewezen geacht, mede omdat het essentiële bestanddeel van het daadwerkelijk aansteken ontbrak. Het hof sprak verdachte daarom vrij en vernietigde het eerdere vonnis.