De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die de dochter, geboren in 1999 met een lichte verstandelijke beperking en schizofrenie, onder curatele heeft gesteld en een professionele curator heeft benoemd. De moeder verzocht het hof om haar als curator te benoemen in plaats van de professionele curator.
De dochter heeft sinds 2015 onder toezicht gestaan en heeft meerdere opnames gehad vanwege psychotische episodes. De moeder heeft onvoldoende probleeminzicht en negeert adviezen van behandelend psychiaters, wat heeft geleid tot een recidief psychose na het stopzetten van medicatie. Daarnaast erkent zij niet de ernst van het ziektebeeld en wil zij het huidige verblijf van de dochter bij een zorginstelling stopzetten, wat tegen medische adviezen en indicatiebesluiten ingaat.
Het hof overweegt dat de continuïteit van hulpverlening, zorg en veiligheid van de dochter niet gewaarborgd is bij benoeming van de moeder als curator. Ook het contact tussen moeder en dochter is problematisch door de boosheid van de moeder, wat een negatieve invloed heeft op de dochter. Gezien deze omstandigheden verzet het belang van de dochter zich tegen de benoeming van de moeder.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van de moeder af, waarmee de professionele curator blijft benoemd.