Uitspraak
DZAP GROEP B.V.,
DZAP,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in het principaal hoger beroep, tevens verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: verweerder,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. A. Lettenga.
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.2. Het geding in hoger beroep
a. de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van 10 februari 2017 te schorsen;
a. aan [geïntimeerde] een voorwaardelijke vergoeding van na de beschikking ontstane kosten
wordt toegekend;
d. voor recht wordt verklaard dat het einde van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van
ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van DZAP.
3.3. De feiten
"Er blijft miscommunicatie tussen ons ontstaan en verwijten naar mij toe”.
4.De verzoeken en de beoordeling daarvan in eerste aanleg
5.De beoordeling van het hoger beroep
niethet gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van DZAP. In dat geval verzet [geïntimeerde] zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat geen plaats is voor vernietiging van het tussen partijen bestaande concurrentiebeding.
“het voelde als mijn eigen bedrijf”.
“Ik was ontzettend boos dat ik gepasseerd werd, maar ik ging ervoor om het succesvol te maken met [Z] ”.
- [Z] krijgt van een MT-collega informatie over gedragingen en opmerkingen van [geïntimeerde] ,
- opmerkingen van collega 's over gedragingen en de opstelling van [geïntimeerde] in ‘de afgelopen periode’
,- een opdrachtgever wenst [geïntimeerde] niet langer bij besprekingen,
- tussen partijen was sprake van een zodanig verstoorde arbeidverhouding dat van DZAP in redelijkheid niet kon worden geverg dat zij die arbeidsverhouding liet voortduren (artikel 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder g BW);