ECLI:NL:GHARL:2017:1299

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 februari 2017
Publicatiedatum
16 februari 2017
Zaaknummer
21-006117-15
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994Art. 6 WVW 1994Art. 8 WVW 1994Art. 163 WVW 1994Art. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs aanmerkelijk onvoorzichtig verkeersgedrag bij dodelijk ongeval

Op 16 maart 2015 verloor verdachte de controle over zijn voertuig in een flauwe bocht, waarna een botsing met een boom plaatsvond en een inzittende om het leven kwam. Verdachte had kort voor het ongeval amfetamine gebruikt.

Het hof oordeelt dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat het ongeval het gevolg was van zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig verkeersgedrag van verdachte. De negatieve invloed van amfetaminegebruik op de rijvaardigheid kan dit niet zelfstandig dragen.

Wel acht het hof bewezen dat verdachte onvoorzichtig heeft gereden, waardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt, in strijd met artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte wordt veroordeeld tot vier weken hechtenis en ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee jaar.

De eerdere veroordelingen van verdachte voor verkeersdelicten en rijden onder invloed wegen mee in de strafoplegging. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, maar veroordeelt hem voor het subsidiair ten laste gelegde.

De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 februari 2017.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van aanmerkelijk onvoorzichtig verkeersgedrag, veroordeeld tot vier weken hechtenis en twee jaar ontzegging rijbevoegdheid wegens onvoorzichtig rijden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-006117-15
Uitspraak d.d.: 17 februari 2017
TEGENSPRAAK
Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 20 oktober 2015 met parketnummer 18-930163-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling ter zake van het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. J.A.M. Kwakman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 16 maart 2015, te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (merk: VW, type Golf), daarmede rijdende over de weg [adres] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - terwijl hij, verdachte, tijdens het besturen van het motorrijtuig verkeerde onder invloed van het gebruik van verdovende middelen - met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, in een (flauwe) bocht in genoemde weg, met hoge/verhoogde snelheid, in de voor verdachte rechterberm is gaan rijden en/of (vervolgens) is geslipt en/of de controle over het door verdachte bestuurde motorrijtuig heeft verloren, ten gevolge waarvan een botsing is ontstaan met een in de (voor verdachte) rechterberm staande boom, waardoor [slachtoffer] , inzittende van het door verdachte bestuurder motorrijtuig werd gedood, terwijl hij, verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet;
subsidiair:
hij op of omstreeks 16 maart 2015 te [plaats] , gemeente [gemeente] , als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Volkswagen, type Golf), daarmee rijdende op de weg, [adres] , in een (flauwe) bocht in genoemde weg, met hoge/verhoogde snelheid, in de voor verdachte rechterberm is gaan rijden en/of (vervolgens) is geslipt en/of de controle over het door verdachte bestuurde motorrijtuig heeft verloren, ten gevolge waarvan een botsing is ontstaan met een in de (voor verdachte) rechterberm staande boom, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, zodat verdachte van het primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt daartoe het volgende.
Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting stelt het hof vast dat verdachte op 16 maart 2015 als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op [adres] te [plaats] , gemeente [gemeente] , terwijl hij kort te voren amfetamine had gesnoven. Gekomen in een flauwe bocht in genoemde weg heeft verdachte de controle over het door hem bestuurde motorrijtuig verloren, waarna zijn voertuig in botsing is gekomen met een in de voor verdachte rechterberm staande boom. Als gevolg daarvan is [slachtoffer] , die als passagier bij verdachte in de auto zat, om het leven gekomen.
Het hof acht niet bewezen, dat het ongeval heeft plaatsgevonden als gevolg van zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend verkeersgedrag van de verdachte, nu de oorzaak van het verlies van de controle over het voertuig niet is komen vast te staan en de omstandigheid, dat de rijvaardigheid waarschijnlijk negatief is beïnvloed door zijn amfetaminegebruik onvoldoende is om zelfstandig dat oordeel te dragen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 maart 2015 te [plaats] , gemeente [gemeente] , als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Volkswagen, type Golf), daarmee rijdende op de weg, [adres] , in een flauwe bocht in genoemde weg, de controle over het door verdachte bestuurde motorrijtuig heeft verloren, ten gevolge waarvan een botsing is ontstaan met een in de voor verdachte rechterberm staande boom, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich op 16 maart 2015 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Hij heeft - kort gezegd - als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) onvoorzichtig gereden, waarbij zijn inzittende om het leven is gekomen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en heeft hij zijn verantwoordelijkheid voor zijn medepassagier veronachtzaamd.
Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 januari 2017 blijkt dat verdachte vóór 16 maart 2015 meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten, waaronder verkeersdelicten, onder meer in 2012 ter zake van het als beginnend bestuurder rijden onder invloed, onherroepelijk is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.
Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat niet (meer) kan worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, alsmede van een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van langere duur.
Een mildere strafmodaliteit, zoals door de raadsvrouw bepleit, komt gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en voormelde recidive niet in aanmerking.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 4 (vier) weken.

Ontzegt de verdachte ter zake van het subsidiair bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 (twee) jaren.
Aldus gewezen door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. A. Dijkstra, raadsheren,
in tegenwoordigheid van G.A. Boersma, griffier,
en op 17 februari 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.