In deze civiele procedure staat de vraag centraal of Next Stage Investment B.V., als rechtsopvolger onder bijzondere titel van WideXS, bevoegd is hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Het hof stelt vast dat Next Stage ten tijde van de cessie bestuurder was van WideXS en dus bevoegd tot cessie en hoger beroep voor de vordering in conventie. Voor de reconventionele vordering is Next Stage niet ontvankelijk, omdat zij niet de wederpartij is en geen toestemming voor schuldoverneming is gegeven.
Daarnaast zijn de klachten van Next Stage over de tekortkomingen van de geleverde CLM-software inhoudelijk beoordeeld. Het hof concludeert dat WideXS bewust koos voor zelfimplementatie en dat BMC niet tekort is geschoten in haar verplichtingen. De klachten over de pay per use-functionaliteit en de OOTB-workflows falen, mede omdat de overeenkomst en het Recovery Plan geen toezeggingen bevatten die deze klachten ondersteunen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, wijst de grieven van Next Stage af en veroordeelt haar in de volledige proceskosten van BMC. De zaak wordt verwezen voor nadere specificatie van de proceskosten in hoger beroep. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2017.