Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats].
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursstrafrechtelijke zaak betreft het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter die de beslissing van de officier van justitie vernietigde en het beroep gegrond verklaarde. De betrokkene, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde dat de kantonrechter ten onrechte artikel 13a van de WAHV buiten toepassing had gelaten door niet in te gaan op het verzoek om proceskostenvergoeding.
Het hof stelt vast dat het appelverbod van artikel 14 WAHV Pro niet doorbroken wordt door het buiten toepassing laten van artikel 13a. De kantonrechter heeft volgens het hof weliswaar een onjuiste beslissing genomen door het verzoek tot proceskostenvergoeding af te wijzen, maar dit vormt geen grond om het appelverbod te negeren. Het hof corrigeert het dictum van de kantonrechter waar nodig en concludeert dat geen sanctie meer resteert.
Daarom verklaart het gerechtshof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het het verzoek tot vergoeding van proceskosten af. Het arrest is gewezen door de rechters Van Schuijlenburg, Beswerda en De Witt en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten wordt afgewezen.