ECLI:NL:GHARL:2017:1486

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2017
Publicatiedatum
21 februari 2017
Zaaknummer
WAHV 200.167.266
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
  • Beswerda
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij bestuursstrafrechtelijke sanctie

In deze bestuursstrafrechtelijke zaak betreft het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter die de beslissing van de officier van justitie vernietigde en het beroep gegrond verklaarde. De betrokkene, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde dat de kantonrechter ten onrechte artikel 13a van de WAHV buiten toepassing had gelaten door niet in te gaan op het verzoek om proceskostenvergoeding.

Het hof stelt vast dat het appelverbod van artikel 14 WAHV Pro niet doorbroken wordt door het buiten toepassing laten van artikel 13a. De kantonrechter heeft volgens het hof weliswaar een onjuiste beslissing genomen door het verzoek tot proceskostenvergoeding af te wijzen, maar dit vormt geen grond om het appelverbod te negeren. Het hof corrigeert het dictum van de kantonrechter waar nodig en concludeert dat geen sanctie meer resteert.

Daarom verklaart het gerechtshof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het het verzoek tot vergoeding van proceskosten af. Het arrest is gewezen door de rechters Van Schuijlenburg, Beswerda en De Witt en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten wordt afgewezen.

Uitspraak

WAHV 200.167.266
21 februari 2017
CJIB 180158480
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland
van 9 februari 2015
betreffende
[betrokkene] h.o.d.n. [X] Autoverhuur (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
gevestigd te [vestigingsplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing vernietigd en het beroep gegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de WAHV bepaalt in welke gevallen hoger beroep van de beslissing van de kantonrechter openstaat bij het hof. Voor zover hier van belang kan ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, WAHV tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-.
2. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Gelet op de overwegingen van de kantonrechter is bedoeld het beroep tegen de inleidende beschikking. Dat de kantonrechter de inleidende beschikking, waarbij de sanctie is opgelegd, niet eveneens vernietigd heeft moet, in het licht hiervan, worden beschouwd als een kennelijke omissie. Het hof zal het dictum in zoverre verbeterd lezen. Gelet hierop moet, met partijen, worden vastgesteld dat geen sanctie meer resteert.
3. De kantonrechter heeft niet beslist op het verzoek van de gemachtigde om vergoeding van de proceskosten. Nu daarom wel was verzocht moet de beslissing van de kantonrechter aldus worden verstaan dat hij het verzoek heeft afgewezen.
4. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte niet is ingegaan op zijn verzoek tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee heeft de kantonrechter artikel 13a van de WAHV buiten toepassing gelaten, hetgeen - zo begrijpt het hof - doorbreking van het appelverbod met zich moet brengen. De gemachtigde wijst in dit verband op het arrest van het hof Leeuwarden van 16 april 2008 (WAHV 07/01502, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2008:BD5648).
5. Het betoog van de gemachtigde, dat de kantonrechter een toe te passen bepaling buiten toepassing heeft gelaten door niet op zijn verzoek om proceskostenvergoeding in te gaan, komt er in de kern op neer dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen door geen proceskostenvergoeding toe te kennen. Het is vaste jurisprudentie van dit hof dat de omstandigheid dat de kantonrechter -in de visie van de partij die hoger beroep instelt- een onjuiste beslissing heeft genomen, geen grond kan vormen voor doorbreking van het appelverbod. De omstandigheid dat de beslissing van de kantonrechter verband zou houden met het buiten toepassing laten van een bepaling vormt -en in zoverre komt het hof terug op het door de gemachtigde genoemde arrest van het hof- geen grond om de wet terzijde te schuiven en de zaak ondanks het in de wet opgenomen verbod te behandelen.
6. Gelet hierop dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
7. Nu de gemachtigde niet in het gelijk wordt gesteld, wordt het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Beswerda en De Witt in tegenwoordigheid van mr. Vlieger-Dijkstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.