Uitspraak
kantoorhoudende te [kantoorplaats].
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of de Koninklijke Marechaussee bevoegd was om een sanctie op te leggen aan betrokkene. De kantonrechter had het beroep van betrokkene tegen de sanctiebeslissing ongegrond verklaard en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen. Betrokkene ging in hoger beroep en stelde dat de verklaring van de verbalisant onvoldoende was om diens bevoegdheid vast te stellen.
Het hof oordeelde dat de bevoegdheid van de Koninklijke Marechaussee tot opsporing van strafbare feiten vaststaat en dat de vraag of de verbalisant met een politietaak was belast niet relevant is voor de rechtmatigheid van het optreden. Artikel 4 van Pro de Politiewet 2012 bevestigt dat de Marechaussee in dezelfde positie staat als de politie voor wat betreft opsporingsbevoegdheid.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de bestreden beslissing van de kantonrechter bevestigd. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt eveneens afgewezen. Hiermee wordt de bevoegdheid van de Koninklijke Marechaussee bij het opleggen van sancties bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het hoger beroep en het verzoek tot kostenvergoeding af.