ECLI:NL:GHARL:2017:1517
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen snelheidsovertreding binnen bebouwde kom met discussie over minimale afstand meetplaats
Betrokkene stelde in hoger beroep dat de kantonrechter niet op zijn argumenten was ingegaan en dat de officier van justitie onvoldoende had gemotiveerd waarom de snelheidscontrole rechtsgeldig was uitgevoerd. Hij voerde aan dat de exacte plaats van de overtreding onduidelijk was en dat de minimale afstand tussen het snelheidsbord en de meetplaats niet was gewaarborgd volgens de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen.
Het hof oordeelde dat de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk was gemotiveerd omdat niet op de argumenten van betrokkene was ingegaan, waardoor de kantonrechter deze beslissing niet in stand had mogen laten. Daarom vernietigde het hof zowel de beslissing van de kantonrechter als die van de officier van justitie.
Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de inleidende beschikking. De overtreding betrof een snelheid van 70 km/u waar 50 km/u was toegestaan binnen de bebouwde kom. Betrokkene voerde aan dat het bord H1 ontbrak en dat de afstand tussen het bord A1 met 50 km/u en de meetlocatie te klein was. Het hof stelde vast dat de meetlocatie op 300 meter van het eerste bord lag en daarmee voldeed aan de minimale afstand van 140 meter volgens de Aanwijzing.
Het hof concludeerde dat de overtreding terecht was vastgesteld en dat de sanctie niet gematigd hoefde te worden. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard. Er waren geen kosten ter vergoeding.
De uitspraak werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in openbare zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen de snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de sanctie blijft gehandhaafd.