ECLI:NL:GHARL:2017:1519

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 februari 2017
Publicatiedatum
22 februari 2017
Zaaknummer
WAHV 200.190.557
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbrekende beroepsgronden

Betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van beroepsgronden. De kantonrechter had betrokkene opgeroepen om de gronden van het beroep aan te voeren, maar betrokkene maakte hier geen gebruik van. De Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) had echter de beroepsgronden van betrokkene ontvangen, maar deze per abuis in een verkeerd dossier gevoegd.

De advocaat-generaal bevestigde dat de gronden op 8 oktober 2015 bij de CVOM waren binnengekomen. Omdat de gronden wel tijdig waren aangeleverd, was er geen sprake van een verzuim dat tot niet-ontvankelijkheid kon leiden. Het gerechtshof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling.

Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting. De procedure benadrukt het belang van correcte dossierbeheer en het recht van betrokkene op een inhoudelijke behandeling van het beroep.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

WAHV 200.190.557
22 februari 2017
CJIB 187722906
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 21 maart 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. In de procedure bij de kantonrechter is betrokkene opgeroepen om te verschijnen op de zitting van 25 januari 2016. De betrokkene is niet verschenen. Bij tussenbeslissing van de kantonrechter van 8 februari 2016 is betrokkene in de gelegenheid gesteld om voor
5 maart 2016 de gronden van zijn beroep aan de voeren. Hiervan heeft de betrokkene geen gebruik gemaakt. De kantonrechter heeft bij beslissing van 21 maart 2016 het beroep van de betrokkene derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
2. Artikel 6:5, eerste lid, Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een beroepschrift, onder andere, de gronden van het beroep moet bevatten. Wanneer een beroepschrift geen gronden van het beroep bevat, kan het beroep op grond van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. De CVOM heeft op 9 september 2015 een brief aan de betrokkene gezonden, waarin is verzocht om de gronden van het beroepschrift toe te zenden. De betrokkene heeft bij brief van 3 oktober 2015 de gronden aangevuld. Een afschrift van deze brief is door de betrokkene als bijlage bij zijn hoger beroepschrift gevoegd. Uit het verweerschrift van de advocaat-generaal blijkt dat de CVOM op 8 oktober 2015 dit schrijven van de betrokkene heeft ontvangen, doch dat dit in een verkeerd dossier is gevoegd. Nu is gebleken dat de betrokkene zijn beroepschrift heeft aangevuld met gronden voor zijn beroep, is er geen sprake van een verzuim dat kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep van de betrokkene. Om die reden kan de bestreden beslissing niet in stand blijven en zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.