Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zaaknummer 200.196.064/01van
verzoekster in hoger beroep,
1.de pleegouders van [de minderjarige1] (en [de minderjarige2] ),
zaaknummer 200.196.084/01van
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van twee minderjarige kinderen is in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die haar gezag over deze kinderen beëindigde en de GI tot voogd benoemde. De kinderen waren sinds 2011 uit huis geplaatst wegens onveilige en instabiele opvoedingssituaties, met een mislukte terugplaatsing in 2012. Sinds 2013 wonen zij bij pleegouders waar zij zich goed hebben gehecht en ontwikkelen.
De moeder verzocht primair om afwijzing van het verzoek tot beëindiging van het gezag en subsidiair om een deskundigenonderzoek te gelasten. Het hof overwoog dat het belang van de kinderen voorop staat, met name hun recht op stabiliteit, veiligheid en continuïteit. De situatie bij de moeder was chaotisch en onveilig, en de kinderen zijn inmiddels vier jaar in een stabiel pleeggezin.
Het hof wees het verzoek tot deskundigenonderzoek af omdat de vraag naar een oorzakelijk verband tussen het gedrag van de kinderen en de contacten met de moeder niet relevant was voor het gezagsbesluit. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen en benoemt de GI tot voogd.