Uitspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
7 maart 2017
[X] te [Z](hierna: belanghebbenden)
de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stonden navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2007, 2008 en 2009 centraal, opgelegd aan de erven van belanghebbenden. De belanghebbenden gingen in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 maart 2016.
Tijdens de zitting op 2 maart 2017 heeft de inspecteur zich verenigd met het standpunt van de belanghebbenden dat de navorderingsaanslagen over 2007 en 2008 vernietigd dienen te worden. Tevens is de winstcorrectie van € 6.048 voor 2009 komen te vervallen. De persoonsgebonden aftrek van € 4.724 werd door de belanghebbenden erkend, met uitzondering van een bedrag van € 1.301 uit voorgaande jaren dat wel in aanmerking kan worden genomen.
Het hof heeft daarop de navorderingsaanslagen 2007 en 2008 vernietigd en de aanslag 2009 verminderd tot een belastbaar inkomen van € 12.062. Daarnaast is de heffingsrente dienovereenkomstig verminderd. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 1.485 aan de zijde van de belanghebbenden en tot vergoeding van griffierechten van € 169.
De uitspraak is op 7 maart 2017 in het openbaar gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij tevens is gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen 2007 en 2008 zijn vernietigd en de aanslag 2009 is verminderd tot een belastbaar inkomen van € 12.062.