ECLI:NL:GHARL:2017:1838
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake hoorplicht en toepassing artikel 6 EVRM in WAHV-procedure
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter Rotterdam die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van het Openbaar Ministerie ongegrond verklaarde en het verzoek tot kostenvergoeding afwees.
De kern van het geschil betrof de vraag of de officier van justitie verplicht was betrokkene te horen in het kader van het administratief beroep en of artikel 6 EVRM Pro volledig van toepassing is in WAHV-zaken. Het hof oordeelde dat de officier van justitie niet hoefde te horen omdat betrokkene niet binnen een redelijke termijn had aangegeven gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. De mededeling van het CJIB voldeed aan de wettelijke vereisten, ondanks dat deze op een minder adequate wijze was geformuleerd.
Daarnaast bevestigde het hof dat de onschuldpresumptie van artikel 6 EVRM Pro niet volledig van toepassing is in WAHV-zaken. De ambtsedige verklaring van de verbalisant kan als voldoende grondslag dienen, tenzij betrokkene specifieke feiten aanvoert die twijfel zaaien over de juistheid daarvan.
Het hof verwierp het beroep en het verzoek om proceskostenvergoeding en bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.