Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) centraal, waarbij de omgang tussen de moeder en haar minderjarige kind werd beperkt. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de omgangsbeperking handhaafde.
De feiten betreffen een ondertoezichtstelling van het kind en een uithuisplaatsing in een pleeggezin. De GI had de omgangsfrequentie van eenmaal per drie weken teruggebracht naar eenmaal per zes weken, met begeleiding en diverse voorwaarden. De moeder verzocht het hof om deze aanwijzing te laten vervallen en de omgang te herstellen tot eenmaal per drie weken.
Het hof oordeelt dat de GI niet zorgvuldig heeft gehandeld bij de voorbereiding van de schriftelijke aanwijzing. Er is onvoldoende duidelijkheid gegeven over de verwachtingen en de moeder is niet in de gelegenheid gesteld haar gedrag te verbeteren. Het negatieve effect van de omgang op het kind is niet zodanig aangetoond dat beperking gerechtvaardigd is. De schriftelijke aanwijzing wordt daarom vervallen verklaard en de beschikking van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot beperking van de omgang wordt vervallen verklaard en de beschikking van de rechtbank vernietigd.