Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De grieven
4.De vaststaande feiten
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
6.Slotsom
- griffierecht € 718,-
- salaris advocaat
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of geïntimeerde misbruik maakte van haar bevoegdheid door verhaal te halen op de aandelen van appellant in een besloten vennootschap. Appellant was veroordeeld tot betaling van een geldsom aan geïntimeerde en had geen gevolg gegeven aan deze veroordeling. Geïntimeerde legde executoriaal beslag op de aandelen en verzocht om verkoop daarvan.
Appellant voerde aan dat de aandelen geen waarde hadden en dat verkoop aan derden zou leiden tot opzegging van een krediet door Rabobank, met ernstige gevolgen. Het hof oordeelde dat appellant deze stellingen onvoldoende had onderbouwd. De jaarrekening 2014 toonde een positieve bedrijfsuitoefening en een WOZ-waarde van het onroerend goed. Er waren geen concrete stukken over waardevermindering of opzegging krediet.
Het hof stelde vast dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van misbruik van bevoegdheid door geïntimeerde. De executie op de aandelen was gerechtvaardigd. Ook het bezwaar tegen de kostenverdeling van de taxatiekosten werd verworpen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het hoger beroep van appellant af met veroordeling in de kosten.