In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 maart 2017 uitspraak gedaan in hoger beroep over een kostenveroordeling van een deskundige. De vrouw, verzoekster in hoger beroep, had het nut van de procedure betwist en wilde niet verschijnen bij de mondelinge behandeling. Desondanks besloot het hof de zaak inhoudelijk te behandelen.
De vrouw voerde aan dat het deskundigenonderzoek onvolledig was en dat zij onterecht verantwoordelijk werd gehouden voor de administratie van de vennootschap onder firma. Ook stelde zij dat privéonttrekkingen ten behoeve van het gezin waren gedaan en dat onduidelijkheid bestond over de inkomsten uit verhuur van onroerend goed en de financiering daarvan.
Het hof volgde deze stellingen niet. Het deskundigenbericht concludeerde dat de vrouw verantwoordelijk was voor de financiële administratie en dat zij een schuld van circa €269.000 aan de man had. De privéopnamen waren hoger dan de bedrijfsresultaten en de man had aanzienlijke bedragen in de vennootschap gestort. De deskundige constateerde ook een administratieve chaos en onvoldoende onderbouwing van de vrouw voor haar tegenargumenten.
Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende had ingebracht om de conclusies van de deskundige te weerleggen. Ook de stelling dat de man de procedure had vertraagd werd verworpen. Gezien het voorgaande bekrachtigde het hof de kostenveroordeling van de rechtbank en wees het overige af.