Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2017:2558

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 maart 2017
Publicatiedatum
27 maart 2017
Zaaknummer
WAHV 200.158.767
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 30 WAM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor niet verzekeren motorrijtuig na registercontrole RDW

Het gerechtshof behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Limburg waarbij een administratieve sanctie van €330 was opgelegd aan betrokkene wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte motorrijtuigverzekering. Deze overtreding werd vastgesteld via een registercontrole door de RDW op 4 oktober 2012.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de registercontrole in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op privacy en gezinsleven beschermt, en dat de RDW voorafgaand aan de sanctie geen waarschuwingsbrief had gestuurd, wat volgens betrokkene een gerechtvaardigde verwachting had gewekt. Het hof stelde vast dat het voertuig onverzekerd was op de controledatum en oordeelde dat de registercontrole geen inmenging in het privéleven inhoudt omdat alleen beperkte voertuig- en verzekeringsgegevens werden geraadpleegd.

Verder verwierp het hof de vergelijking met ANPR-controles en oordeelde dat de eigen verantwoordelijkheid van de kentekenhouder niet wordt opgeheven door eventuele waarschuwingsbrieven van de RDW. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot kostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctie van €330 wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt bevestigd en het verzoek tot kostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

WAHV 200.158.767
27 maart 2017
CJIB 166987559
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Limburg
van 18 september 2014
betreffende
[betrokkene 1] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,
kantoorhoudende te [plaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 330,- opgelegd ter zake van “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”, welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW zou zijn verricht op 4 oktober 2012 met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de registercontrole, waarbij voormelde gedraging is geconstateerd, in strijd is met het bepaalde in artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), waarin het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven is vervat. Geen van de in het tweede lid van dat artikel genoemde uitzonderingsgronden, in welk geval inmenging van het openbaar gezag op genoemd recht mogelijk moet worden geacht, is hier aan de orde. De gemachtigde wijst in dit verband op het door hem bijgevoegde advies van de Raad van State ter zake van ANPR (Automatic NumberPlate Recognition), waarmee de registercontrole - aldus de gemachtigde - grote gelijkenis vertoont. De gemachtigde is van mening dat registercontroles als de onderhavige niet noodzakelijk zijn, in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel en bovenmatig zijn.
Daarnaast voert de gemachtigde aan dat de betrokkene voorafgaand aan voormelde pleegdatum geen waarschuwingsbrief van de RDW heeft ontvangen, hoewel de verzending daarvan volgens een persbericht van de RDW wel vaste praktijk is. De betrokkene mocht vertrouwen op de door de RDW verstrekte informatie en had die brief derhalve wel mogen verwachten alvorens de sanctie werd opgelegd, aldus de gemachtigde. Een en ander moet in zijn optiek leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat niet wordt betwist dat voornoemd voertuig op 4 oktober 2012 onverzekerd was, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
4. Met betrekking tot het beroep van de gemachtigde op artikel 8 van Pro het EVRM overweegt het hof als volgt. Op grond van artikel 8, eerste lid, van het EVRM heeft eenieder recht op bescherming van zijn familie- en gezinsleven. Hierop is geen inmenging toegestaan, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
5. Het hof stelt vast dat bij raadpleging van het kentekenregister enkel informatie kan worden verkregen over een voertuig met een bepaald kenteken. De uit het kentekenregister kenbare informatie is beperkt tot de tenaamgestelde van het kenteken en de vraag of het voertuig al dan niet verzekerd is en met ingang van welke datum. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat bij de uitgevoerde controle van het kentekenregister zodanige gegevens worden verstrekt dat daardoor het recht van de betrokkene op respect van zijn privéleven is geschonden of sprake is van inmenging in de uitoefening van dit recht als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM. Reeds om die reden treft het verweer geen doel.
6. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de stelling van de gemachtigde, dat registercontroles als de onderhavige veel gelijkenis vertoond met de ANPR, niet gevolgd kan worden. Die stelling maakt het voorgaande derhalve niet anders.
7. Ten aanzien van de stelling van de gemachtigde dat de RDW gehouden was een waarschuwingsbrief aan de betrokkene te sturen voordat de sanctie werd opgelegd, overweegt het hof het volgende. Artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verplicht de kentekenhouder een verzekering overeenkomstig die wet af te sluiten en in stand te houden voor motorrijtuigen waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven. Wat er ook zij van de verplichting van de RDW om een waarschuwingsbrief aan de betrokkene te sturen, zulks heft de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene dienaangaande niet op. Dat de RDW kennelijk dergelijke brieven aan bezitters van onverzekerde voertuigen heeft gestuurd en deze werkwijze in een persbericht heeft uitgedragen, maakt niet dat de betrokkene daar de gerechtvaardigde verwachting aan kon ontlenen dat hem geen sanctie zou worden opgelegd dan nadat hem een waarschuwing was gezonden.
8. Gelet op het voorgaande ziet het hof geen grond voor het oordeel dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd moet worden. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.