Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter had in 2008 een bewind ingesteld over alle goederen van de rechthebbende vanwege diens geestelijke toestand. De bewindvoerder was de echtgenote van de rechthebbende. In eerste aanleg werd het verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen. De rechthebbende ging in hoger beroep en stelde dat de noodzaak voor het bewind niet meer bestond.
Tijdens de zitting in hoger beroep verscheen alleen de rechthebbende, die verklaarde dat hij sinds 2013 zijn financiën zelf beheerde en dat zijn geestelijke toestand aanzienlijk was verbeterd. Uit een recente verklaring van zijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige bleek dat hij al ruim anderhalf jaar psychosevrij was, medicatietrouw en stabiel in zijn dagelijks functioneren. De bewindvoerder was niet verschenen en had zich in eerste aanleg onverwacht tegen opheffing gekeerd.
Het hof oordeelde dat de rechthebbende voldoende had onderbouwd dat de noodzaak voor het bewind was komen te vervallen. Er waren geen aanwijzingen van financieel onverantwoord gedrag of schulden. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor het deel vanaf heden en hief het bewind op, met onmiddellijke ingang. De rest van de beschikking bleef in stand.
Uitkomst: Het hof heeft het bewind over de goederen van de rechthebbende opgeheven vanwege het vervallen van de noodzaak.