ECLI:NL:GHARL:2017:2898

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 april 2017
Publicatiedatum
5 april 2017
Zaaknummer
WAHV 200.194.356
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 WAHVArt. 18 WAHVArt. 7:25 AwbArt. 13a WAHV
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na intrekking administratieve sanctie wegens door rood rijden

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €230 opgelegd wegens het niet stoppen voor een rood driekleurig verkeerslicht op 27 september 2014 te 's-Gravenhage. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene tegen deze sanctie ongegrond. Betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.

De advocaat-generaal heeft vervolgens besloten de inleidende beschikking met het betreffende CJIB-nummer in te trekken en betrokkene hiervan op de hoogte gesteld. De gemachtigde van betrokkene gaf aan het hoger beroep niet in te trekken, stellende dat de advocaat-generaal niet bevoegd zou zijn tot intrekking van de inleidende beschikking, maar slechts tot vernietiging.

Het hof oordeelt dat de advocaat-generaal in hoger beroep de bevoegdheid heeft om de beslissing op het administratief beroep in te trekken en de inleidende beschikking te vernietigen. Door de intrekking is het doel van het hoger beroep bereikt en heeft betrokkene geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep. Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Daarnaast vergoedt het hof de proceskosten van betrokkene, bestaande uit kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vastgesteld op €744,-. De advocaat-generaal wordt veroordeeld deze kosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard na intrekking van de administratieve sanctie en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

WAHV 200.194.356
4 april 2017
CJIB 185334283
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 30 mei 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
te [vestigingsplaats].

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.
Bij brief van 17 februari 2017 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking met voormeld CJIB-nummer, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.
Bij brief van 20 februari 2017 heeft de griffier van het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd alsmede of de betrokkene aanspraak wenst te maken op vergoeding van proceskosten.
Bij brief van 18 maart 2017 heeft de gemachtigde van de betrokkene meegedeeld dat het hoger beroep niet wordt ingetrokken.

Beoordeling

1.Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 27 september 2014 om 01:12 uur op de [straat] te 's-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2.De advocaat-generaal heeft het hof meegedeeld dat hij heeft besloten om voormelde beschikking in te trekken.
3.De gemachtigde van de betrokkene voert in zijn brief van 18 maart 2017 aan, dat hij het hoger beroep niet intrekt om reden dat de advocaat-generaal niet bevoegd is de inleidende beschikking 'in te trekken'. De inleidende beschikking is afkomstig van de verbalisant c.q. opsporingsinstantie en niet van de officier van justitie of de advocaat-generaal. Alleen de verbalisant kan de inleidende beschikking intrekken. De advocaat-generaal kan, als degene die in hoger beroep in de plaats treedt van de officier van justitie, de inleidende beschikking slechts vernietigen, maar heeft dat nagelaten.
4.Met de gemachtigde kan worden vastgesteld dat de inleidende beschikking niet door de officier van justitie of de advocaat-generaal is gegeven, maar door de verbalisant. In de naar aanleiding van de inleidende beschikking gevolgde procedure heeft de officier van justitie beslist op het administratief beroep. De officier van justitie is vervolgens in de procedure bij de kantonrechter als verweerder opgetreden. Ingevolge artikel 18 van Pro de WAHV treedt de advocaat-generaal in hoger beroep als partij in de plaats van de officier van justitie. Dit betekent dat de advocaat-generaal in hoger beroep de bevoegdheden heeft die de officier van justitie ook heeft. Onder meer kan de advocaat-generaal de door de officier van justitie gegeven beslissing op het administratief beroep intrekken en, voor zover hier van belang, indien de advocaat-generaal het administratief beroep ontvankelijk en gegrond acht, op de voet van artikel 7, eerste lid, van de WAHV juncto artikel 7:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de inleidende beschikking vernietigen. Het hof verstaat de beslissing van de advocaat-generaal aldus.
5.Daarmee is bewerkstelligd, hetgeen de betrokkene met het hoger beroep beoogde te verkrijgen, te weten vernietiging van deze beschikking, zodat de betrokkene geen belang meer heeft bij een uitspraak op het hoger beroep. Derhalve dient het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard
6.De gemachtigde van de betrokkene verzoekt om vergoeding van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
7.Artikel 13a, eerste lid, laatste volzin, van de WAHV verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) van overeenkomstige toepassing. Derhalve dient het hof het kostenverzoek te beoordelen aan de hand van de genoemde regeling.
8.Ingevolge artikel 1, onder a, van het Besluit kan een veroordeling in de kosten betrekking hebben op kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
9.Namens de betrokkene is verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Naar het oordeel van het hof komen de gevraagde kosten voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding van kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair bepaald per proceshandeling. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: indienen beroepschrift bij de officier van justitie, indienen beroepschrift bij de kantonrechter en indienen hoger beroepschrift bij het hof. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 496,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 744,- (=3 x € 496,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 744,- over te maken op de derdenrekening van [gemachtigde]
[rekeningnummer] ten name van Zaakrecht te [vestigingsplaats].
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.