ECLI:NL:GHARL:2017:2922
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring en bewijs van ontvangst aanmaningen in civiele vordering
In deze civiele zaak vordert de geïntimeerde betaling van declaraties voor werkzaamheden verricht tussen 2002 en 2004. De appellante betwist de vordering met een beroep op verjaring. De rechtbank had de vorderingen toegewezen, maar het hof heroverweegt dit in hoger beroep.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de aanmaningen die de geïntimeerde heeft verzonden ook daadwerkelijk door de appellante zijn ontvangen. Het hof benadrukt dat voor stuiting van verjaring niet alleen bewezen moet worden dat aanmaningen zijn verzonden naar het juiste adres, maar ook dat deze daar zijn aangekomen. Hoewel getuigen verklaarden over verzending, ontbrak bewijs van ontvangst in de periode 2007 tot 2014.
Het hof concludeert dat de verjaring niet is gestuit omdat de geïntimeerde dit bewijs niet heeft geleverd. Hierdoor is de vordering verjaard en wijst het hof de vorderingen af. Tevens veroordeelt het hof de geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties en wijst de nakosten toe. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen worden afgewezen wegens verjaring omdat niet is bewezen dat aanmaningen zijn ontvangen.