Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn de ouders van een minderjarige die sinds het uiteengaan in 2010 bij de moeder woonde. Na diverse procedures is het gezag in 2016 aan de vader toegekend en is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de moeder het kind circa zes uur per keer ziet.
De moeder ging in hoger beroep tegen het eenhoofdig gezag van de vader en de omgangsregeling. Zij stelde dat de communicatie tussen ouders verbeterd was en dat het kind oud genoeg was voor een uitgebreidere omgang, inclusief overnachtingen.
Het hof oordeelde dat het eenhoofdig gezag bij de vader terecht was vanwege de slechte communicatie, de kwetsbaarheid van het kind met hechtingsproblematiek en de zorgelijke situatie van de moeder, waaronder haar borderline diagnose en drugsgebruik.
Ook wees het hof de uitbreiding van de omgang af omdat het kind een stabiele omgeving nodig heeft en de moeder onvoldoende heeft aangetoond dat haar situatie structureel verbeterd is. De omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank blijft van kracht.
Het hof bekrachtigt daarmee de beschikking van de rechtbank van 23 juni 2016 en wijst de grieven van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en wijst de uitbreiding van de omgangsregeling door de moeder af.