Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de beëindiging van het gezag van een moeder over haar minderjarige kinderen centraal. De moeder had vier kinderen, allen met verschillende vaders die de kinderen niet erkenden. Drie van de kinderen waren uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de opvoedingssituatie. De moeder was cognitief beperkt en had persoonlijke problematiek, waardoor zij niet in staat werd geacht om haar kinderen adequaat te verzorgen en op te voeden.
De moeder was in hoger beroep gegaan tegen de beëindiging van haar gezag over drie van haar kinderen, maar trok haar beroep in voor twee van hen. Het hof oordeelde dat het gezag over het derde kind, een jongen met een cognitieve beperking en gedragsproblemen, terecht was beëindigd. Ondanks langdurige hulpverlening was er geen zicht op terugplaatsing bij de moeder, die onvoldoende opvoedingsvaardigheden toonde en onvoldoende stabiliteit kon bieden.
Het hof benadrukte het belang van het kind bij continuïteit, stabiliteit en duidelijkheid over zijn opvoedingssituatie. Het voortduren van het gezag zou leiden tot voortdurende onzekerheid en onrust. Hoewel de moeder van haar kinderen houdt, is het gezag beëindigd in het belang van het kind, waarbij de moeder wel recht houdt op informatie en contact, voor zover het belang van het kind dit toelaat.
Uitkomst: Het gezag van de moeder over het minderjarige kind wordt beëindigd en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.