Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland inzake de hoogte van de verhaalsbijdrage die hij moet betalen voor de door de gemeente aan zijn ex-partner verstrekte Participatiewet-uitkering, mede ten behoeve van hun drie minderjarige kinderen.
De kern van het geschil betreft de draagkracht van verzoeker, met name de vraag of de fiscale bijtelling voor privégebruik van zijn bedrijfsauto in mindering moet worden gebracht op het resultaat uit zijn onderneming. De rechtbank had dit niet erkend, maar het hof volgt de stelling van verzoeker dat deze bijtelling buiten beschouwing moet worden gelaten bij de draagkrachtberekening.
Het hof stelt vast dat de bijtelling al is verwerkt in de jaarrekeningen, waardoor de autokosten inclusief bijtelling nog in mindering moeten worden gebracht op het gemiddelde resultaat. De gemeente heeft dit niet weersproken. Op basis van een door verzoeker overgelegde en door de gemeente niet betwiste draagkrachtberekening, gecorrigeerd voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering, komt het hof tot een netto besteedbaar inkomen dat leidt tot een draagkracht van €204 per maand.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat verzoeker vanaf 1 juni 2015 maandelijks €204 moet voldoen als bijdrage in de kosten van de verstrekte uitkering. Verder wijst het hof het meer of anders verzochte af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoeker moet vanaf 1 juni 2015 maandelijks €204 betalen als bijdrage in de kosten van de verstrekte uitkering.