ECLI:NL:GHARL:2017:3505

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 april 2017
Publicatiedatum
24 april 2017
Zaaknummer
200.202.613/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247 BWArt. 1:253 BWArt. 1:257 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep complexe scheiding met benoeming bijzondere curator en vaststelling ouderschapsplan

In deze zaak zijn partijen de ouders van twee minderjarige kinderen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Het geschil betrof het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen om met de kinderen naar een andere woonplaats te verhuizen en de zorgregeling tussen de kinderen en de vader.

Vanwege de complexiteit van de scheiding heeft het hof in het kader van een pilot een bijzondere curator benoemd om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen. De bijzondere curator heeft partijen begeleid bij het bereiken van een overeenkomst over de zorg- en opvoedingstaken.

Partijen zijn onder begeleiding van de bijzondere curator tot volledige overeenstemming gekomen en hebben een ouderschapsplan opgesteld dat zij gezamenlijk hebben ondertekend. Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de rechtbank voor zover deze betrekking had op het geschil en veroordeelt partijen tot naleving van de onderlinge afspraken zoals vastgelegd in het ouderschapsplan.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen. Hiermee is het geschil over de zorgregeling en het verhuisverzoek definitief geregeld onder waarborg van het belang van de kinderen.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt partijen tot naleving van het ondertekende ouderschapsplan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.202.613/01
(zaaknummer rechtbank C/16/413827 / FL RK 16-798)
beschikking van 18 april 2017
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [A] ,
verzoekster in het hoger beroep,
verder te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. R.E. Dijkstra te Zeewolde,
en
[verweerster],
wonende te [B] ,
verweerster in het hoger beroep,
verder te noemen: [verweerster] ,
advocaat: mr. D.W.M. de Haan te Breda.

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Voor het verloop van het geding tot 1 december 2016 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
1.2
Partijen zijn de ouders van [de minderjarige1] , geboren [in] 2006 (verder te noemen: [de minderjarige1] ) en [de minderjarige2] , geboren [in] 2009 (verder te noemen: [de minderjarige2] ), over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.
Het hof heeft in het kader van een pilot "complexe scheidingen" bij tussenbeschikking 1 december 2016 aanleiding gezien om drs. [C] als neutrale belangenbehartiger, dat wil zeggen als bijzondere curator te benoemen van de minderjarigen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .
De bijzondere curator is verzocht om, gelet op de verzoeken die aan het hof voorliggen, vanuit het belang van de kinderen aan het hof te adviseren welke beslissing het hof dient te nemen over zowel het verzoek van [verzoekster] om vervangende toestemming aan haar te verlenen om met de kinderen naar [D] te verhuizen als over de zorgregeling tussen de kinderen en [verweerster] .
1.3
Na voormelde tussenbeschikking is ter griffie van het hof binnengekomen een brief van 24 februari 2017 van drs. [C] met als bijlage de op 24 februari 2017 door partijen ondertekende en uit 8 pagina's bestaande overeenkomst.

2.De motivering van de beslissing

2.1
Uit de door partijen op 24 februari 2017 ondertekende overeenkomst blijkt dat partijen tijdens het onderzoek van de bijzondere curator besloten hebben afspraken te maken over de toedeling van de zorg- en opvoedingstaken betreffende [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en dat zij onder begeleiding van de bijzondere curator ten aanzien van de in het geding zijnde kwesties volledige overeenstemming hebben bereikt en deze hebben vastgelegd in voornoemde overeenkomst/ouderschapsplan.
2.2
Het hof zal derhalve - in het licht van de bereikte overeenstemming - de beschikking waarvan beroep vernietigen en partijen, de één tegenover de ander, veroordelen tot naleving van de door hen getroffen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in de door hen op 24 februari 2017 ondertekende overeenkomst, die in een door de griffier gewaarmerkte kopie aan deze beschikking is gehecht en daarvan deel uitmaakt.
De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 28 juli 2016, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en (in zoverre) opnieuw beschikkende:
veroordeelt partijen, de één tegenover de ander, tot naleving van de door hen getroffen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in de door hen op 24 februari 2017 ondertekende overeenkomst waarvan een door de griffier gewaarmerkte kopie aan deze beschikking is gehecht en hiervan deel uitmaakt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, M.P. den Hollander en I.A. Vermeulen, bijgestaan door mr. M. Marsnerova als griffier, en is op 18 april 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.