Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
5.De motivering van de beslissing
Het hof stelt vast dat de vader geen grief heeft gericht tegen de hoogte van de behoefte van [verweerder] ad € 508,- per maand. Het hof is van oordeel dat, indien uitgegaan wordt van een door [verweerder] ontvangen studiefinanciering voor een thuiswonende en van inkomsten uit een bijbaantje van naar schatting € 200,- per maand (welk bedrag de vader in eerste aanleg heeft genoemd), [verweerder] in ieder geval nog een aanvullende behoefte heeft van € 82,- per maand.