Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2017:3976

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 mei 2017
Publicatiedatum
11 mei 2017
Zaaknummer
WAHV 200.172.981
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 RVV 1990Art. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging administratieve sanctie wegens parkeren op ander weggedeelte dan rijbaan

In deze zaak ging het om een administratieve sanctie van €90,- opgelegd aan de betrokkene voor het niet gebruiken van de rijbaan tijdens het parkeren op 23 januari 2014. De betrokkene voerde in hoger beroep aan dat het voertuig op privéterrein stond geparkeerd, waardoor de sanctie niet terecht was. Het hof heeft de feiten en het bewijs, waaronder foto's en de verklaring van de verbalisant, beoordeeld.

Het hof stelde vast dat het voertuig gedeeltelijk met een voorwiel op een onverhard stuk grond rondom een boom stond, wat niet als rijbaan kan worden aangemerkt, maar ook niet als trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad. Dit betekent dat het voertuig op een ander weggedeelte stond, waarvoor het RVV 1990 het gebruik toestaat. De overtreding van artikel 10 RVV Pro 1990 was daarom niet bewezen.

Het hof merkte op dat de verbalisant mogelijk een andere feitcode had willen gebruiken, namelijk het parkeren op een park, plantsoen of groenstrook, maar dat dit niet is doorgevoerd in de procedure. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de betrokkene het betaalde bedrag wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens het niet gebruiken van de rijbaan wordt vernietigd en het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard.

Uitspraak

WAHV 200.172.981
11 mei 2017
CJIB 178938521
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 19 juni 2015
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te ' [woonplaats] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] ,
wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 23 januari 2014 om 10.54 uur op de Kerkstraat te [plaats] met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter ten onrechte stelt dat slechts sprake is van privéterrein indien er een feitelijke belemmering bestaat om het terrein te betreden of indien de rechthebbende niet duldt dat het algemeen verkeer gebruik maakt van het terrein. Geen enkel privéterrein, behoudens een incidentele uitzondering, voldoet aan dit criterium. De gemachtigde blijft bij zijn standpunt dat hij op privéterrein stond geparkeerd en aldus geen sanctie opgelegd had mogen worden. De gemachtigde heeft foto's overgelegd alwaar hij geparkeerd heeft.
3. De onder 1. vermelde gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990. Hierin is bepaald, voor zover hier van belang, dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
4. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“Gedragingsgegevens:
Ik zag dat het voertuig met een wiel in een boomspiegel stond.”
5. Het hof is van oordeel dat, gelet op voormelde verklaring van de verbalisant en de foto's in het dossier, vaststaat dat het voertuig van de betrokkene gedeeltelijk (met een voorwiel) op het onverharde stuk grond rondom de boom, stond. De plaats waar de betrokkene zijn voertuig had geparkeerd kan derhalve niet worden aangemerkt als een rijbaan, maar evenmin als een trottoir. Deze plaats dient te worden aangemerkt als een ander weggedeelte, niet zijnde een voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad, zoals omschreven in artikel 10, eerste lid RVV. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet dat het voertuig met de overige wielen geparkeerd stond op een voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad. Derhalve is niet komen vast te staan dat de onder 1. omschreven gedraging is verricht.
6. Gelet op de stukken in het dossier heeft de verbalisant wellicht de bedoeling gehad de betrokkene te verbaliseren voor de gedraging behorend bij feitcode R406: "een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken" hetgeen, zo ergens, in een plaatselijke verordening is strafbaar gesteld. Gegeven het verloop van de procedure tot dusver, ziet het hof geen aanleiding om in deze fase van de procedure de feitcode in de inleidende beschikking alsnog te wijzigen.
7. Het voorgaande brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal vernietigen en zal doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie alsmede de inleidende beschikking vernietigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond en vernietig de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 178938521 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de WAHV tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.