Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2017:4197

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 mei 2017
Publicatiedatum
18 mei 2017
Zaaknummer
WAHV 200.163.278
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:28 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen afwijzing kostenvergoeding in bestuursstrafrechtelijke sanctie

In deze bestuursrechtelijke zaak betreft het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Rotterdam van 10 december 2014 over een sanctiebeschikking opgelegd wegens onjuist gebruik van een parkeervergunning.

De gemachtigde van de betrokkene werd aanvankelijk niet behoorlijk opgeroepen, waardoor het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigde en het beroep tegen de officier van justitie zelf beoordeelde. De kern van het geschil was het verzoek tot vergoeding van kosten in de fase van het administratief beroep.

Het hof overwoog dat vergoeding van kosten alleen mogelijk is indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Nu de sanctiebeschikking slechts gedeeltelijk werd gematigd en niet herroepen, was het verzoek tot kostenvergoeding terecht afgewezen.

Wel achtte het hof voldoende gronden om de in hoger beroep gemaakte proceskosten te vergoeden. Op basis van het forfaitaire Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van de zaak werd een bedrag van € 367,50 toegekend aan de gemachtigde van de betrokkene.

Het arrest werd gewezen door mr. Beswerda en uitgesproken in openbare zitting op 16 mei 2017.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om kostenvergoeding af maar veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep.

Uitspraak

WAHV 200.163.278
16 mei 2017
CJIB 171421955
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 10 december 2014
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde],
kantoorhoudende te [kantoorplaats].

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 20 oktober 2016 en 18 januari 2017 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De gemachtigde heeft bij faxbericht d.d. 10 en 12 februari 2017 een machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij door de erfgenamen van de betrokkene is gemachtigd om namens de betrokkene de procedure voort te zetten.

Beoordeling

1. Gelet op de inhoud van het tussenarrest van 20 oktober 2016, waarin is overwogen dat de gemachtigde niet behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Gelet hierop zal het hof het bij de kantonrechter ingestelde beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
2. Het geschil beperkt zich tot de afwijzing door de officier van justitie van het namens de betrokkene ingediende verzoek tot vergoeding van kosten, gemaakt in de fase van het administratief beroep.
3. Vergoeding van kosten in de fase van het administratief beroep vindt ingevolge het tweede lid van artikel 7:28 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb) uitsluitend plaats indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
4. Zoals het hof heeft overwogen in het tussenarrest van 20 oktober 2016, heeft de officier van justitie het namens de betrokkene ingestelde beroep tegen de inleidende beschikking bij beslissing van 23 januari 2014 gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot € 30,-. De beslissing van de officier van justitie houdt in dit verband het volgende in:
"U hebt beroep ingesteld tegen de opgelegde sanctie, tevens geeft u aan dat u gehoord wilt worden. U hebt geen (geldige) kaart gebruikt óf u hebt de kaart niet goed zichtbaar geplaatst.
Hieruit volgt dat de opgelegde sanctie terecht is opgelegd. Het parkeerrecht in deze bestaat alleen bij gebruik van de op de kaart omschreven wijze. Gezien de omstandigheden, u blijkt namelijk te beschikken over een geldige kaart, zal de officier van justitie bij wijze van uitzondering de sanctie matigen tot het hieronder genoemde bedrag."
5. Het hof is van oordeel dat hieruit volgt dat de inleidende beschikking niet is herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het ingediende verzoek tot vergoeding van kosten in de fase van het administratief beroep is derhalve terecht afgewezen.
6. Aangezien de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd, acht het hof termen aanwezig om de in hoger beroep gemaakte kosten te vergoeden. De vergoeding van kosten is in het Besluit proceskosten bestuursrecht forfaitair per proceshandeling vastgesteld. De gemachtigde heeft in hoger beroep de volgende proceshandeling verricht: het indienen van een hoger beroepschrift en het indienen van een nadere toelichting. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend en aan het indienen van een nadere toelichting een halve punt. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 367,50,- (1,5 x € 490,- x 0,5).

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten in de procedure bij de officier van justitie af;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene gemaakt in hoger beroep, ter hoogte van € 367,50, over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [gemachtigde] te [kantoorplaats].
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Dörholt als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.