Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 23 mei 2017 uitspraak gedaan in hoger beroep over de machtiging gesloten jeugdhulp voor een 14-jarige jongen met een licht verstandelijke beperking. De kinderrechter had eerder een machtiging verleend voor een verblijf in een gesloten accommodatie vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.
De verzoeker voerde onder meer aan dat de verleningsbeslissing niet voldeed aan de eisen van behoorlijk bestuur en dat de verklaring van de gedragswetenschapper ten onrechte was gebruikt. Het hof oordeelde dat ondanks enkele formele tekortkomingen de motivering en informatie voldoende waren en dat de gedragswetenschapper wel degelijk kort tevoren onderzoek had verricht en instemming had gegeven.
Inhoudelijk stelde het hof vast dat de jeugdige ernstige gedragsproblemen vertoonde, waaronder drugsgebruik, agressie en onttrekking aan hulpverlening, waardoor een gesloten plaatsing proportioneel en noodzakelijk was. Nadere onderzoeken waren nog niet afgerond, waardoor beëindiging van de gesloten plaatsing op dat moment niet verantwoord was.
Het hof verwierp de grieven van de verzoeker en bekrachtigde de beschikking van de kinderrechter. De gesloten jeugdhulp werd als noodzakelijke maatregel gezien om de ontwikkeling van de jeugdige te beschermen en te voorkomen dat hij zich aan de zorg zou onttrekken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot machtiging gesloten jeugdhulp voor de jeugdige vanwege ernstige opvoedingsproblemen en noodzaak van gesloten plaatsing.