Uitspraak
[verzoeker] ,
89van het Wetboek van Strafvordering ter zake van schade als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker, die op 14 januari 2013 in verzekering werd gesteld en vervolgens 394 dagen voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit verzoek volgde op zijn vrijspraak bij vonnis van 12 februari 2014 en het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep door de Hoge Raad.
Het hof heeft het verzoek beoordeeld en geconstateerd dat verzoeker wisselende en aantoonbaar onware verklaringen heeft afgelegd. Hij paste zijn verklaringen steeds aan op basis van de op dat moment bekende onderzoeksresultaten, wat de waarheidsvinding ernstig heeft belemmerd. De verdediging voerde aan dat sprake was van een feilbaar geheugen, maar dit werd door het hof verworpen.
Gelet op deze omstandigheden acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig om vergoeding toe te kennen. Verzoeker moet zelf verantwoordelijk worden gehouden voor de detentie en de daardoor ontstane schade. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding na voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ernstige belemmering van de waarheidsvinding door wisselende en leugenachtige verklaringen.