Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Beoordeling
“Ik, verbalisant [verbalisant] , bevond mij op 20 december 2013 omstreeks 16:24 uur (…) op de Regentesselaan te ’s-Gravenhage. (…) Ik was daar omdat er vanuit bureau [X] de aandacht werd gevraagd voor de verkeerssituatie i.v.m. de wegwerkzaamheden. Automobilisten zouden daar de afzetting negeren. Vanaf deze locatie had ik direct zicht op de gehele kruising. (…) Op de Loosduinseweg t.h.v. kruising Regentesselaan was de linker rijstrook, in de richting van Kijkduin, in zijn geheel afgesloten middels roodwitte kunststof barrières. Ter plaatse werd een omleiding ingesteld. Hierbij werd het verkeer verplicht rechtsaf de Regentesselaan op te rijden, aangegeven middels bord D6. (…) Ik keek naar links en zag dat betrokkene in betrokken voertuig en komende uit de richting van het centrum zich op de Loosduinseweg bevond. Ik zag dat betrokkene, in plaats van de aangegeven omleidingsroute te volgen, de Regentesselaan voorbij reed en daardoor de afzetting negeerde. (…) Daaropvolgend begaf ik mij achter betrokken voertuig teneinde tot een staandehouding over te gaan. Ik zag dat betrokkene gehoor gaf aan mijn stopteken (…).
Ik sprak haar vervolgens aan en deelde mede dat zij een bekeuring kreeg voor de gepleegde gedraging (…). Ik hoorde betrokkene mij antwoorden: ‘Ik had geen zin om om te rijden’. (…) Betrokkene heeft in haar bezwaar aangegeven gesproken te hebben met werknemers welke op dat moment op de kruising aanwezig waren. Ik heb niet kunnen waarnemen dat betrokkene met werknemers heeft gesproken. Tevens heb ik ten tijde van de staandehouding niets vernomen over het feit dat zij werknemers op de kruising had gesproken welke haar gezegd zouden hebben dat de werkzaamheden zo klaar zouden zijn en dat zij door zou kunnen rijden. Als dat het geval zou zijn dan had betrokkene dit zeker aangegeven in haar verklaring. Beklaagde heeft daar in ons gesprek alle gelegenheid voor gehad.”
Deze beslissing wordt daarom bevestigd.