Uitspraak
kantoorhoudende te [plaats] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze bestuursrechtelijke zaak richt het hoger beroep zich tegen de door de kantonrechter toegekende proceskostenvergoeding in een bestuursstrafrechtelijke procedure. De kantonrechter kende een vergoeding toe van €243,50 met een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) en twee punten voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting.
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de kantonrechter een foutief tarief hanteerde, een punt te weinig toekende en een hogere wegingsfactor van 0,5 (licht) had moeten toepassen. Het hof oordeelde dat de kantonrechter het overgangsrecht correct toepaste en dat de uitzondering op het tarief niet van toepassing was. Ook was slechts het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie voor vergoeding in aanmerking gekomen.
Het hof benadrukte dat de kantonrechter een beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de wegingsfactor en dat deze slechts marginaal kan worden getoetst in hoger beroep. De kantonrechter had de wegingsfactor 0,25 in redelijkheid kunnen toepassen. Daarom bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek tot een hogere kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de kostenvergoeding van de kantonrechter en wijst het verzoek tot hogere vergoeding af.