ECLI:NL:GHARL:2017:4920
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tussentijdse beëindiging en verlenging van schuldsaneringsregeling wegens te laag vrij te laten bedrag
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant en appellante. Het hof heeft een nieuwe berekening van het vrij te laten bedrag laten uitvoeren, waarbij een eerdere fout in de bijstandsnorm werd gecorrigeerd. Hierdoor is geen sprake meer van een boedelachterstand, maar van een boedelvoorstand die voldoende is om nieuwe schulden af te lossen.
Het hof oordeelt dat appellant en appellante geen verwijt kan worden gemaakt voor het ontstaan van nieuwe schulden, aangezien deze voortvloeien uit het eerder te lage vrij te laten bedrag. Wel is vastgesteld dat appellant en appellante onvoldoende hebben voldaan aan hun informatieverplichtingen jegens de bewindvoerder, onder meer door de auto zonder overleg te verkopen.
Daarnaast heeft appellant zonder overleg met de bewindvoerder een vaststellingsovereenkomst getekend na een dreiging met ontslag op staande voet, wat heeft geleid tot inkomensverlies. Het hof vindt dat appellant zich niet voldoende heeft ingespannen om dit te voorkomen en verlengt daarom zijn schuldsaneringsregeling met zes maanden. De regeling van appellante wordt voortgezet zonder verlenging, mede vanwege haar gezondheid en het ontbreken van benadeling van schuldeisers.
Het hof benadrukt het belang van tijdige en volledige informatieverstrekking aan de bewindvoerder en adviseert om in overleg te treden over de afwikkeling van de boedelvoorstand. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 juni 2017.
Uitkomst: Schuldsaneringsregeling appellante wordt voortgezet zonder verlenging, die van appellant wordt verlengd met zes maanden.