Uitspraak
[appellant],
SAE,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
De verwijzing is derhalve niet ongedaan gemaakt en de datum voor het arrest is bepaald.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het hoger beroep van appellant tegen het vonnis van de kantonrechter Noord-Nederland centraal. Appellant heeft het vonnis van 10 mei 2016 aangevochten, maar heeft nagelaten binnen de gestelde termijnen een memorie van grieven in te dienen, ondanks meerdere ambtshalve verleende uitsteltermijnen.
Het hof stelde vast dat de termijnen voor het indienen van de memorie van grieven op 17 januari 2017 waren verstreken en dat het recht om deze proceshandeling te verrichten daarmee was vervallen. Dit volgt uit artikel 133 lid 4 Rv Pro en de toepasselijke bepalingen van het Landelijk procesreglement (Lpr).
Omdat appellant geen grieven tegen het vonnis had ontwikkeld en het bestreden vonnis niet in strijd was met dwingende rechtsregels, werd het hoger beroep verworpen. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 1.165,-, bestaande uit verschotten en geliquideerd salaris advocaat.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen wegens het niet tijdig indienen van de memorie van grieven.